De blokkenvergoeding gaat (vanaf 1 juli ’19) opnieuw omhoog

Twee seizoenen geleden raakte bekend dat de blokkenvergoeding gekoppeld werd aan de wettelijke reisvergoeding in de privé. Bijgevolg zal deze vergoeding jaarlijks worden herbekeken en afgetoetst. Deze herberekening levert ons voor volgend seizoen (gaat in op 01.07.2019) voor het tweede jaar op rij een verhoging op van 0,10 euro per blok. De minimum blokkenvergoeding stijgt zo van 5,80 euro naar 6,00 euro.

Een voorstel dat nog op tafel ligt en nog dient te worden goedgekeurd betreft de kleuren van uitrusting. Momenteel dienen clubs zich aan elkaar aan te passen op basis van de kleur van shirt, maar (nog) niet van broek en kousen. Een reglementswijziging ligt hiervoor eveneens op tafel; zie onder. 

Wat reglementstekst omtrent de blokkenvergoeding:

Inwerkingtreding: 01.07.2019

Artikel B32 Verplaatsingskosten
De verplaatsingskosten worden berekend volgens het door het Uitvoerend Comité goedgekeurde blokkensysteem.

1. Individuele verplaatsingskosten:

11. De individuele verplaatsingskosten worden jaarlijks op 01.07 aangepast aan het KB van 18.01.1965 houdende algemene
regeling van reiskosten. Als basis geldt op 1.07.2017 een verplaatsingskost van 2,80 EUR/blok. Op 01.01.2017 bedroeg de wettelijke reisvergoeding
0,3363 EUR/km.

12. Het nieuwe bedrag na jaarlijkse aanpassing =

2,80 x wettelijke reisvergoeding op 01.01 voorafgaand het seizoen
————–
0,3363

Het aldus herziene bedrag wordt afgerond naar de hogere of lagere 0,10 EUR, naargelang al dan niet de 0,05 EUR bereikt wordt.

13. Daar op 01.01.2019 de wettelijke reisvergoeding 0,3573 EUR/km bedraagt, is de verplaatsingskost voor het seizoen 2019-2020:
2,80 x 0,3573/0,3363 = 2,975 EUR/blok, of afgerond 3,00 EUR/blok, met een minimum van 6,00 EUR.

Wat reglementstekst omtrent de uitrusting:

Inwerkingtreding: onmiddelijk; zoniet 01.07.2019

Voorgestelde tekst:
Artikel B1226 Kleuren van de uitrustingen van de clubs

1. Zie spelregel 4

2. Iedere club moet de kleuren (trui, broek, kousen) laten kennen onder dewelke ze uitkomen:
– aan de bevoegde instantie (zie Art. B1516) voor haar ploegen uit hogere afdelingen;
– aan het Provinciaal Comité voor haar ploegen uit provinciale afdelingen.

3. Wanneer, bij wedstrijden van jeugd en reserven, naar het oordeel van de scheidsrechter, de kleur van de truien van beide
ploegen niet genoeg verschilt, moet hij de spelers van de bezochte club verplichten een trui van een andere kleur te dragen.
Indien bij wedstrijden van eerste ploegen, de kleur van de uitrusting (trui, broek, kousen) van beide ploegen niet voldoende
verschilt, moet de scheidsrechter de spelers van de bezochte club verplichten truien, broeken en kousen van een andere kleur te
dragen.

Echter, bij kampioenschaps- of bekerwedstrijden tussen eerste ploegen van de hogere afdelingen vrouwen en heren moet de
scheidsrechter de spelers van de bezoekende club verplichten een andere trui, broek en kousen te dragen.

Wanneer het verschil toch niet afdoende is, moet de thuisploeg, die het voorrecht geniet in haar eigen kleuren te mogen spelen,
aan de bezoekende spelers een reservetrui, -broek en -kousen ter beschikking stellen.

De bezoekende ploeg, die zich dient te schikken, wordt bestraft met een forfait wanneer zij weigert het reglement toe te passen
en de bevelen ter zake van de scheidsrechter uit te voeren.